De overheid moet de stuwraket zijn voor innovatie. Bijvoorbeeld
door op te treden als eerste koper van nieuwe producten."
Duidelijker kon premier Mark Rutte het in het kerstnummer van
Elsevier niet zeggen. Er is geen woord Spaans bij. Maar
het bedrijfsleven merkt nog maar bitter weinig van die
voortrekkersrol van de overheid. Al helemaal nu aan alle kanten
moet worden bezuinigd. Nog te vaak komt het voor dat de prijs
uiteindelijk tóch bepalend is. Uwe Reimer, voorzitter van de
branchevereniging van leveranciers van grootkeukenappartuur NVLG,
wordt er een beetje moedeloos van. Reimer, in het dagelijks leven
directeur van Gram Nederland (producent van koel- en vrieskasten
voor professioneel gebruik), schudt zo een paar voorbeelden uit
zijn mouw. Zoals dat van de renovatie van het ministerie van
Financiën.
Onderdeel van de opknapbeurt van het ministerie was de installatie
van een nieuwe (groot)keuken ter waarde van een miljoen euro.
Toepassing van de nieuwste technologie zou leiden tot flinke
bezuinigingen op de kosten van gebruik en onderhoud. Een kolfje
naar de hand van een ministerie dat op de kleintjes let, zou je
zeggen.
Maar tot zijn verbazing werd gekozen voor de laagste prijs.
Tenenkrommend vindt Reimer de manier waarop die keuze werd
goedgepraat. Ruim driekwart van het overige werk zou wel duurzaam –
en daarmee innovatiever - zijn aanbesteed. "Wat voor moeite
was het geweest om in dat deel van de aanbesteding ook die keuken
mee te nemen?"
Het voorbeeld van Financiën is er maar één uit een reeks die laat
zien dat voor veel overheidsdienaren de prijs nog steeds het
leidmotief is. Hij kan er maar weinig begrip voor opbrengen.
"Door te kiezen voor het goedkoopste aanbod, blijven massa’s
innovaties op de plank liggen."
Verlammend
Waardoor komt innovatief inkopen, alle goede voornemens ten spijt,
zo moeizaam van de grond? Voor een deel doordat het vak van inkoper
bij de overheid nog vaak een ondergeschoven kindje is, constateert
Henk Wijnen, directeur van PIANOo (expertisecentrum voor
aanbesteden voor de publieke sector). "In het bedrijfsleven
stonden inkopers twintig jaar geleden onderaan de maatschappelijke
ladder. En nu zitten ze in raden van bestuur. Maar de overheid moet
die professionaliseringsslag nog maken."
Het verbaast hem niet dat het zover nog niet is gekomen.
"Vooral kleine overheden, zoals gemeenten, staan voor een
uitdaging. Ze hebben kennis in huis die niet verder reikt dan een
halve fte, of nog minder. "Daar kun je hard aan trekken, maar
die worden over honderd jaar nog niet professioneel."
Er speelt ook een organisatorisch probleem. De politiek
verantwoordelijke en de inkoper hebben niet dezelfde belangen. Met
een verlammende uitwerking op (eventuele) pogingen tot vernieuwing
tot gevolg. Rob van Beek, beleidsadviseur milieu bij FME
(branchevereniging van ondernemers in de technologische industrie):
"Nog te vaak zegt een wethouder verantwoordelijk voor de
gemeentefinanciën tegen de inkoper dat deze niet over het budget
heen mag komen. Of vervolgens de energiekosten of onderhoudskosten
van de gekozen oplossing gunstig uitpakken, daar heeft die
wethouder niks meer mee te maken. Hij heeft tegen de laagste prijs
ingekocht."
Angst voor het onbekende is een andere reden om niet met iets
nieuws aan de slag te gaan, merkt Van Beek. "Inkopers spelen
graag op safe. Het product wat ze inkopen moet wel voldoen. En of
dat bij een innovatief product het geval is, durven ze vaak niet in
te schatten. Het gevolg is dat innovatieve oplossingen op de plank
blijven liggen."
Helemaal onlogisch vindt Van Wijnen (PIANOo) het ook weer niet dat
ze risico’s zoveel mogelijk proberen te mijden. "Je zit in een
glazen huis. Wat er ook gebeurt, linksom of rechtsom komt het bij
je terug." Zoals gebeurde bij een uit de hand gelopen
bouwproject. "De aannemer die verantwoordelijk was voor de
bouw van een parkeergarage, ging failliet. Wie kreeg de schuld? De
gemeente. En wat zie je: een volgende keer schroeft de
verantwoordelijke ambtenaar de eisen aan een aannemer zo op dat hij
zeker weet dat de aannemer niet omvalt."
Het mannetje
Het mag duidelijk zijn: er is een omslag in denken nodig.
Overheidsinkopers moeten net als hun collega’s uit het
bedrijfsleven professioneler worden. Van Wijnen (PIANOo) ziet een
deel van de oplossing in de vorming van samenwerkingsverbanden.
Niet zozeer gericht op meer inkoopkracht, maar veel meer om de
professionaliteit te vergroten. "Door alles bij elkaar te
brengen, heb je ineens vijf of acht fte en zie je gelijk de
deskundigheid, de professionaliteit omhoogschieten. Er zijn
inmiddels een stuk of tien van die samenwerkingsverbanden. Zij
omvatten zo’n honderd gemeenten met in totaal zo’n miljoen
inwoners. Dan heb je het al ergens over."
Inkopers moeten volgens Van Beek (FME) ook verder leren kijken dan
alleen de ‘aanschafprijs’ van een product. Meer kijken naar
total cost of ownership. Dus serieus de kosten na aanschaf
in de beschouwingen meenemen. Waarbij het helpt als een grote
hindernis van dit moment wordt geslecht: de manier waarop kosten
van een investering worden verdeeld over de verschillende partijen
die ervan profiteren.
"Stel: Rijkswaterstaat laat geluidarm asfalt aanbrengen op de
Utrechtsebaan bij Den Haag", zegt Van Beek. "De dienst,
van wie dat stuk weg is, verrekent in de huidige situatie een deel
van de kosten met de gemeente Den Haag, omdat het laatste deel van
de weg op Haags grondgebied ligt. Maar heel veel benefits komen
terecht bij inwoners van Voorburg. En die betalen daar niets
voor." Volgens Van Beek zit de oplossing in een model waarbij
investeringen en opbrengsten op een eerlijke manier over de
verschillende partijen worden verdeeld.
Belangrijk is ook dat de bestaande verhoudingen tussen bijvoorbeeld
eindverantwoordelijken en inkopers worden doorbroken. Nu ligt het
ene deel van de besluitvorming bij de ene partij en het andere deel
bij de andere. Met als resultaat dat niemand zich verantwoordelijk
wenst te voelen voor het eindresultaat. Van Beek: "Om bij
gemeenten te blijven: de integrale afwegingen moeten door de
wethouder worden gemaakt. En dat je dan de uitvoering weer
uitbesteedt, prima."
Kwaliteit moet ook veel meer dan nu de leidraad worden, vindt Van
Wijnen (PIANOo). "Overheidsinkopers denken nu vaak: ‘Als ik
kwaliteit in m’n oordeel voor 10, 20 procent laat meewegen, ben ik
het mannetje.’ Maar dan weet je van tevoren dat er alleen de
laagste prijs uitkomt. Je zult kwaliteit veel zwaarder moeten
meewegen. En dat hoeft zeker niet duur uit te pakken. De praktijk
wijst uit dat een focus op kwaliteit vaak bijna vanzelf leidt tot
de laagste prijs."
De overheid moet ook zeker zijn rol als launching customer
houden, benadrukt Van Beek (FME). Hij hoopt dan ook van harte dat
Rutte zijn uitspraken gedaan in Elsevier waar maakt.
"Bedrijven die echt voorop lopen kunnen wel wat extra steun
gebruiken." De introductie van een innovatie als de HRE-ketel
mag wat hem betreft best wat meer gestimuleerd worden bijvoorbeeld.
Van Beek bestrijdt het idee dat die voortrekkersrol van de overheid
geld kost. "De rekensom is simpel: omdat consumenten door de
inzet van zo’n innovatieve cv-ketel minder energie gaan gebruiken,
voldoen we als land gemakkelijker aan onze CO2-doelstellingen. Dat
scheelt de overheid veel geld. Maar dat niet alleen. Het leidt ook
nog eens tot koopkrachtbehoud voor de consument. Bij zo’n aanpak is
toch iedereen gebaat?"
Honderd procent duurzaam inkopen, de overheid moet dat in 2015 voor elkaar hebben. Maar de praktijk lijkt een stuk weerbarstiger. Behalve de tekortschietende expertise van overheidsinkopers werken de criteria voor duurzaam inkopen averechts uit.
Wat het bedrijfsleven al langer riep, bleek onlangs uit een rapportage van Actal (het instituut dat de overheid adviseert over terugdringing van de regeldruk). Het huidige beleid gericht op duurzaam inkopen werkt niet. De kosten rijzen de pan uit en er staan uiterst onzekere uitkomsten tegenover. Conclusie van Actal-voorzitter Steven van Eijk in Forum van 13 januari: "Op deze manier ben je niet bezig duurzaam ondernemen te bevorderen. Sterker nog: dit beleid zet de rem op innovatie." Terwijl aanwakkeren van innovatie juist zal leiden tot meer duurzaamheid.
Frank den Hoed
hoed@vno-ncw.nl